|
Van hot naar her In het eerste jaar speelt Drachtster Boy's op het VVV-terrein, het enige sportcomplex dat Drachten in die tijd rijk is. Op het voorterrein (nu het Kiryat Ono-plein) speelt op zondag de v.v. Drachten en die heeft er uiteraard weinig belang bij dat het veld ook op zaterdag bespeeld zal worden. En dus krijgen de Boys de beschikking over het achterterrein, dat 's winters ook als ijsbaan dienst doet.
In het seizoen 1949-1950 wordt gebruik gemaakt van het Oranjeterrein aan de Vogelzang, vlak achter de Rijks HBS, terwijl in de volgende twee seizoenen het HBS-terrein, direct achter de school gelegen, kan worden gehuurd. Vervolgens wordt er twee seizoenen lang gespeeld in de Folgeren, op een terrein dat beschikbaar wordt gesteld door de veehouders gebroeders Bruinsma.
In het eerste jaar dat Drachtster Boys aan de competitie deeloeemt, heeft men de de beschikking over een heuse bondstrainer, De heer Folkert Bijker uit Surhuisterveen krijgt, ondanks de goede resultaten, echter al in januari 1950 ontslag aangezegd. Niet omdat aan zijn capaciteiten wordt getwijfeld, maar louter en alleen vanwege het feit dat het financieel niet meer verantwoord is per maand Fl 35,- voor een bondstrainer uit te trekken ....
In het seizoen 1950-1951, voor het eerst in de le klas FVB, redt men zich zonder trainer, waarna oud-Drachtenspeler Jan de Jong voor één seizoen als zodanig wordt aangetrokken. Dan volgt een trainerloos tijdperk tot 1956. Financiële perikelen en een gebrek aan animo bij de spelers liggen hieraan ten grondslag. Ook op het bestuurlijke vlak zijn er de nodige problemen. Voorzitter Geert Hoekstra, werkzaam bij het Landbouw Economisch lnstituut, wordt overgeplaatst naar Zwolle en moet zijn functie ter beschikking stellen Ook enkele andere bestuursleden stappen op. Sjoerd Keuning wordt de nieuwe voorzitter en hij komt tijdens een buitengewone ledenvergadering in maart 1953 tot de conclusie dat de eensgezindheid en de clubliefde bij Drachtster Boys ver te zoeken zijn. Hij doet dan ook een dringend beroep op de leden zich gezamenlijk voor de club in te zetten. De terreinperikelen zullen zeker een negatieve rol hebben gespeeld bij 'de dip' die de vereniging in deze jaren doormaakt.
Dieptepunt Maar het dieptepunt moet nog komen. De degradatie uit de 1e klasse PVB aan het eind van het seizoen 1953-1954 is een grote teleurstelling en vormt de inleiding tot twee wel heel 'magere jaren'. Het ledenaatal loopt flink terug, zodat nog maar met twee seniorelftallen en één jeugdelftal aan de competitie wordt deelgenomen. Het bestuur bestaat uit nog slechts drie personen: B. Bergsma (voorzitter), W. Human (secretaris) en K. Bolhuis penningmeester). Bolhuis woont in het centrum van Drachten en zijn winkel en huis zijn in die tijd letterlijk het middelpunt van Drachtster Boys.
Behalve de familie Bolhuis moet ook zeker de Familie Westerhof worden genoemd. Zoals gezegd maakte Lucas Westerhof deel uit van de eerste elltalcommissie en in 1950 wordt hij consul bij de club, een functie die hij vele jaren zal uitoefenen. In huize Westerhof wordt ook de thee gezet, waarmee de spelers in de rust van de wedstrijden hun dorst lessen. Er zijn heel wat ketels thee per fiets vervoerd van de Oosterstraat naar de Vogelzang en de Kievitstraat.
Christelijk of neutraal... Ook op een ander gebied speelt Lucas Westerhof een belangrijke rol. In 1951 wordt, onder leiding van voorzitter Keuning, gediscussieerd over de vraag of de ledenvergaderingen niet met gebed dienen te worden geopend en gesloten. Drachtster Boys draagt immers het predikaat 'christelijk'. Er ontspint zich een discussie over het al dan niet handhaven van deze aanduiding. Bolhuis is van mening, dat wanneer het woord 'christelijk' zal verdwijnen dit een flink aantal donateurs zal gaan kosten. Sietze Lindeboom echter wijst erop dat spelers die van een zondagvereniging overstappen naar Drachtster Boys zich wellicht niet thuis zullen voelen en op die manier belemmerd worden de voetbalsport op zaterdag te beoefenen. Uiteindelijk wordt besloten de naam 'Christelijke voetbalvereniging' te handhaven en de vergaderingen met gebed te openen en te sluiten.
Een paar jaar later geeft voorzitter Bergsma te kennen dat hij vanwege zijn principes, die overeen komen met de beginselen van Drachtster Boys, niet kan accepteren dat andersdenkenden lid worden van de club. Lucas Westerhof spreekt dan de gedenkwaardige woorden "Dan is der mar ien oplossing. Dan moat de feriening neutraal wurde." Later geeft hij aan dat hij met zijn opmerking puur het verenigingsbelang voor ogen had. De weg moest worden vrijgemaakt voor spelers, die geen specifiek christelijke beginselen hadden. Uiteindelijk blijkt dat Westerhofs opvatting de juiste was. De vereniging wordt neutraal.
Gelukkig slaagt het eerste elftal erin, zonder officiële trainer, het seizoen 1955-1956 af te sluiten met een kampioenschap en opnieuw te promoveren naar de 1e klasse FVB. Deze promotie en de groei van Drachten als industrieplaats werken eraan mee dat Drachtster Boys na 1956 langzaam maar zeker de kinderziektes te boven komt. Door de vestiging van Philips in Drachten komen er honderden nieuwe werknemers en daaronder zit uiteraard ook een flink aantal voetballers. Meer dan de andere voetbalclubs profiteert Drachtster Boys van de import, omdat de veelal oudere, gehuwde spelers aan de zaterdag de voorkeur geven als speeldag.
Aandacht voor de jeugd Van groot belang is ook dat men tot het inzicht komt dat het de moeite waard is meer aandacht te besteden aan de jeugd. Iets wat in de beginjaren nagenoeg achterwege bleef. Er wordt een jeugdcommissie in het leven geroepen en de gevolgen blijven niet uit. Het A1-elftal wordt in het seizoen 1955- 1956 kampioen en het volgende jaar doen en twee B-teams aan de competitie mee. 'Aandacht voor de jeugd' zal in de volgende jaren hét grote 'handelsmerk' van Drachtster Boys blijven.
 Het kampioenselftal dat in 1957 promoveerde naar de KNVB Naar de KNVB Het hernieuwde optreden van het eerste elftal in de le klasse FVB duurt slechts één jaar, want aan het eind van het seizoen 56- 57 kan reeds de kampioensvlag in top. En daar blijft het niet bij! Zeerobben uit Harlingen, kampioen in de parallelklasse, wordt in twee promotiewedstrijden aan de zegekar gebonden en Drachtster Boys is de zaterdagkampioen van de FVB en promoveert naar de KNVB-competitie. Voorzitter F. Bergsma, die in 1954 Sjoerd Keuning is opgevolgd, laat zich vol trots, samen met penningmeester K. Bolhuis op de kampioensfoto vereeuwigen. Een van de spelers die deel uitmaakt van bet succesvolle elftal is Jaap van der Werff. Zijn naam zullen we in latere jaren, zij het in ander verband, nog vaak op een positieve manier horen noemen. Ook het tweede elftal wordt in dit jaar kampioen en promoveert naar de 2e klasse FVB.
Inmiddels worden de wedstrijden gespeeld op het Philips-terrein, waar schaduw ver te zoeken is. Tijdens de eerste thuiswedstrijd in de vierde klasse KNVB tegen Nijland is het snikheet en spelers en supporters snakken naar adem.
Het verblijf in de 4e klasse KNVB duurt negen jaar. En opnieuw blijkt dat wanneer successen van het eerste elftal uitblijven, en gemakkelijk irritaties kunnen ontstaan. Dit resulteert gelukkig niet in problemen bij de vier jeugdelftallen, die door een vaste kern van mensen begeleid worden. De naam van Schelte van der Wal komt steevast in het rijtje van begeleiders voor en dat zal nog heel lang zo blijven.
Met ingang van het seizoen 1959-1960 wordt weer gebruik gemaakt van het Oranjeterrein, nu gelegen aan de Kievietstraat. De gemeente neemt het onderhoud voor haar rekening, terwijl de club zelf zorgt voor afrastering en voor een kleedgelegenheid: een zinken loods die ergens voor een prikje op de kop wordt getikt. Met behulp van veel vrijwilligers wordt het zaakje opgebouwd.
De loods doet ook dienst als opslagplaats voor oud papier. De opbrengst hiervan vormt namelijk in de jaren zestig een belangrijke bron van inkomsten. Zonder andere vrijwilligers tekort te doen, knnnen de namen van Pé From, Jaap van der Werff en Schelte van der Wal in dit verband met ere worden genoemd. Jaren achtereen zijn zij iedere vrijdagavond en zaterdagochtend present om hij vrijwel elke winkelier papier in te zamelen en naar de loods aan de Kievitstraat te brengen. De hoog opgeladen bakfiets is in die tijd in het begin van het weekend bijna niet weg te denken uit het centrum van Drachten. De activiteiten van het trio resulteren in tien jaar tijd in een opbrengst van zo'n 700.000 kilo oud papier, in geld ongeveer veertigduizend gulden.
Sportief gezien is er in de eerste helft van de jaren zestig geen sprake van echte hoogtepunten. Het eerste elftal bivakkeert veelal in de middenmoot van de 4e klasse KNVB, terwijl het tweede team geregeld te vinden is in de top van de reserve le klasse FVB.Bij de jengd strijdt het A1-elfral voortdurend met Blauw Wit om de hegemonie in de FVB-competitie voor zaterdag-junioren. |