
HEERENVEEN - Het blijkt dat veel leiders en aanvoerders niet...Lees meer
HEERENVEEN - De afgelopen dagen krijg ik regelmatig telefoontjes over...Lees meer
DRACHTEN – Drachtster Boys heeft zaterdag een vliegende ...Lees meer
DRACHTEN - Na een geslaagde voorbereidingsperiode moesten...Lees meer
DRACHTEN – Topdivisionist Avanti uit Stiens kwam afgelop...Lees meer
ONZE SPONSORS
![]() | ![]() |
![]() | ![]() |
| Jaren 60 |
|
|
| Historie | |
|
Bestuurlijke perikelen ![]() Opening nieuwe complex 1964 Onder leiding van Thijs Brink, die ook al eerder enkele seizoenen als trainer actief was bij de Boys, gaat het met de prestaties van het eeste elftal steeds beter. In het seizoen 65-66 wordt een verbeten strijd uitgevochten met HJSC en Oeverzwaluwen. HJSC wordt kampioen, met twee punten voorsprong op Drachtster Boys. In verband met uitbreiding van het aantal klassen in de KNVB- competitie mogen echter ook de nummers twee en drie van de ranglijst promoveren. En zo wordt zonder kampioenschap toch het derdeklasserschap binnengehaald. Dat een groeiend ledental en betere sportieve prestaties niet altijd garant staan voor pais en vree binnen een vereniging, blijkt in 1967. Bij de verhuizing naar het complex aan de Zuiderhogeweg heeft het bestuur een aantal verbeteringen beloofd, die nog steeds niet zijn gerealiseerd. De ledenvergadering van 20 april is daarover slecht te spreken en diverse leden nemen geen blad voor de mond. Het bestuur ervaart dit als een motie van wantrouwen en srelt en bloc de portefeuilles ter beschikking. Een commissie van wijze mannen wordt verzocht kandidaat-bestuursleden te zoeken en met voorstellen te komen. Het driemanschap heeft slechts ruim een maand nodig om zijn missie te voltooien. Op 30 mei worden de leden opnieuw opgetrommeld en er kan een nieuw bestuur worden benoemd: S. Lindeboom (voorzitter), F. Lindeboom (secretaris), N. Voogt (penningmeester), S. van der Woude (ledenadministratie), H.W. Meijer (vice-voorzitter), L. N-an der Harst, H. Rusticus, A. de Vrieze en C. de Vreede. De handen uit de mouwen De kruitdampen zijn opgetrokken en men kan zich volledig op het werk concentreren. En werk is er genoeg voor het nieuwe bestuur, dat in de komende tijd heel wat zaken tot stand brengt: trainingsverlichting, tegelpaden, mededelingen- en clubblad onder redactie van de heren Meijer en De Vreede, kaartverkoophokjes. Ook wordt een voorzichtig begin gemaakt met het plaatsen van reclameborden langs het veld. In een van de eerste clubbladen (1e jaargang september 1967 laat trainer Thijs Brink van zich horen. Nadat hij eerst wat filosofeert over het gebeuren in het veld en de spelers oproept te werken aan meer eenheid in het elftal, richt hij zich tot het publiek en de supporters. Hlij betoogt: Dat er op onze jongens in het veld wordt gescholden en ook op de grensrechter vind ik iets wat een ware supporter niet past. U weet niet wat voor opdracht een bepaalde speler van mij heeft gekregen. Hij zal aan deze oprdracht moeten voldoen en u staat hem uit te maken voor alles wat lelijk is. Als u het niet met onze opstelling of met het systeem eens bent, bespreekt u dat dan met de bestuursleden. Aan hen zijn wij verantwoording schuldig. Ook de scheidsrechters doen het, althans naar de mening van de supporters, in die tijd niet zo best. Brink daarover: "Bespaart u ons ook de kritiek en bet gescheld op de scheidsrechter, ook al valt zijn leiding wel eens slecht uit. Door het gejoel op zijn beslissingen kunnen wij hem finaal beinvloeden en de man tegen ons krijgen. Er wordt onder hen al gesproken over dat misselijke publiek van Drachtster Boys." Duidelijke taal van de trainer die aan het eind van het seizoen '67-'68 afscheid neemt ![]() Wiep Fabriek Zorgen maakt het bestuur zich omtrent het tekort aan jeugleiders. Voorzitter Lindeboom luidt de noodklok en doet een dringend beroep op met name vaders van jeugdleden om zich van tijd tot tijd als begeleider beschikbaar te stellen. Als de KNVB in 1969 de pupillencompetitie opstart wordt de behoelte aan leiders nog groter en wordt het dringende beroep, opnieuw alleen aan de vaders, herhaald. "U hoeft echt geen Leo Horn of Koen Verhoef te zijn om dit te kunnen", aldus bestuurslid en redacteur Hepko Meijer. In het najaar van 1968 valt er bijzonder veel regen, waardoor de velden er uiteraard niet beter op worden. "Maar", zo lezen we in het clubblad van oktober, voordat men al te vlug klaar staat met kritiek op bestuur, sportstichting of terreinbeheerders, moet men natuurlijk wel bedenken dat de regenval deze herfst zeer abnormaal was. Men moet ongeveer 150 jaar terug gaan om een herfst te vinden, welke in dit opzicht met die van 1968 vergeleken kan worden. |
|